Photography portfolio

De Wolf + Roodkapje + Sneeuwwitje

Een sprookjesmedley

Roodkapje-DeWolf-Sneeuwwitje

Er was eens, heel lang geleden, een klein meisje. Ze had een groen sjaaltje om haar hoofd en daarom noemde iedereen haar roodkapje. Op een dag liep ze helemaal alleen door het bos met een plastic tas van de Hema om grootmoeder warme chocolademelk te brengen. Toen zij de grote boze wolf tegenkwam vroeg hij: Mag ik een stukje met je meelopen roodkapje? Natuurlijk, zei roodkapje als je overal maar van afblijft. Natuurlijk je kent me toch, zei de wolf. He daar heb je de 3 biggetjes, zei roodkapje en ook een geitje met een klok op zijn rug. Wat moeten jullie nou hier, vroeg roodkapje. Wij gaan naar kleinduimpje, zei het geitje. Wat doe je met die klok dan?, vroeg roodkapje. Die gaan we aan de reus geven , want zijn polshorloge is kapot, zeiden de biggetjes. Ik loop met jullie mee en als we toch die kant opgaan kunnen we misschien wel gelijk even bij de heks langs, want die heeft misschien wel wat lekkers voor onderweg, zei roodkapje. Kunnen we doen, zei het geitje, maar dan wel met zijn allen. Dat is goed zei de wolf, zijn tong hing op zijn knieën met al dat malse biggen en geitenvlees om zich heen. Zo gezegd zo gedaan en ze kwamen bij het huisje van de heks aan. Het pad was helemaal bezaaid met smarties en de vijver voor het huis was gevuld met sinas, waarin de kikkerkoning nog net zijn kop boven de limonade kon houden. Wat doe jij hier?, vroeg roodkapje. Net als jullie, zei de kikkerkoning, ik speel ook mee in dit sprookje.
 
Het geitje liep ondertussen maar te zeulen met die zware klok. Weet je wat?”, zei roodkapje ik bel wel even de gelaarsde kat. Ze pakte haar mobieltje, en ja hoor hij was al ter plaatse voordat ze de telefoon had afgesloten. “Wil jij dat geitje ff helpen?, vroeg ze. Waar mot dat klokkie naar toe?, zei de gelaarsde kat. Naar de reus, zei roodkapje, en weg was de kat met de grote en snelle laarzen. Ze snoepten allemaal aan het hekje van de heks wat helemaal uit drop bestond. Ze pakten nog een paar smarties van het pad voor onderweg. We moeten wel verder, zei roodkapje. Waarnaar toe dan?, vroeg één van de biggen. Nou, naar grootmoeder, zei roodkapje. Ik heb nog wat lekkers in mijn tasje. Het moet wel warm aankomen, zei roodkapje. Ze voelde aan de chocolademelk maar die was al helemaal koud. Kom jongens, met zijn allen erop gaan zitten dan wordt de chocolademelk vast weer lekker warm, riep roodkapje. De wolf kon zijn zenuwen niet meer bedwingen en liet een windje terwijl hij op de beker zat. De chocolademelk kookte gelijk over. En wat gebeurde er? De chocolade melk kwam op de mooie witte jurk van sneeuwwitje die toevallig langs liep, op haar glazen muiltjes. We moeten nu echt naar grootmoeder, zei roodkapje en ze renden in galop , daarna in draf naar het huis van grootmoeder. Daar aangekomen schrokken ze allen hevig , haar huis was veranderd in een grote pompoen. Daar kwam de goede fee aangevlogen. Ze brabbelde een paar toverspreuken en tot ieders verbazing veranderde die pompoen in een sportwagen. Oeps, zei de fee, eigenlijk moest het een koets worden, maar ja. De biggetjes, roodkapje, het geitje, de wolf en sneeuwwitje sprongen in de sportwagen.
 
Grootmoeder dronk nog snel het laatste beetje hete chocolademelk op en rende richting de sportwagen om ook mee te gaan. "Op naar het bal!", riep de fee en daar gingen ze (met gierende banden) richting het bal. Aangekomen op het bal zagen ze nog meer bekende sprookjesfiguren. Ze zagen de 7 dwergen al dansen met de stiefmoeder van sneeuwwitje, ze zagen doornroosje met hans en grietje een polonaise maken en ook de reus was van de partij. Roodkapje zag dat de reus de klok al om zijn pols had gedaan. De hele avond dansten de sprookjesfiguren op het feest. Roodkapje ging even langs de kant uitrusten en nam een hap van een stukje appel dat haar aangeboden werd door een ober. Ze nam een hap en toen viel ze met een grote klap op de grond. Opeens was iedereen stil. De wolf had het ook gezien en kwam al aangerend. Roodkapje, mijn liefste,wordt wakker, ik kan niet zonder je bestaan in het sprookje over roodkapje”. De wolf boog over roodkapje heen en kuste roodkapje op haar neus. Roodkapje knipperde even met haar ogen, ging rechtop zitten en pardoes schoot het stukje appel uit haar keel. Je hebt mijn leven gered!!, riep roodkapje. Ze omhelsde de wolf en ze besloten die zelfde avond nog met elkaar te trouwen. En zo kwam het dat roodkapje en de wolf nog steeds in hetzelfde sprookje spelen. Ook de andere sprookjes figuren leefden nog lang en gelukkig..
 
Evenementen